Instagram LinkedIn Tekstnet
 
 
Petra Davids 21 09 2010 blogs
 

Mijn ‘roots’

maandag 6 april 2015

Bewonderenswaardig hoe hij zich, na jaren hard werken en ’s avonds studeren, op heeft gewerkt tot general sales manager. Daardoor hoefde hij nooit meer op klompen te lopen en kon hij zich, gelukkig, gewoon leren schoenen veroorloven. Zijn vijf kinderen gaf hij de kans om door te leren. En niet in de avonduren, zoals hij dat moest doen.

Thuis spraken m’n ouders altijd plat Gronings met elkaar. Ik heb dan ook aardig wat van dit dialect met de paplepel ingegoten gekregen. ’s Winters aten we ‘stamppot mous’ (stamppot boerenkool) en soep schepte je op met een ‘slaif’. Na een bezoek aan m’n opa en oma kwamen we steevast thuis met hardbrood, Grunneger kouk en droge worst. We woonden namelijk niet in Groningen, maar in Drenthe, waar m’n ouders begin jaren zestig naartoe verhuisden. Een tijdlang heb ik die afkomst verloochend. Al op de middelbare school kwam m’n accent wel eens ter sprake. Wanneer iemand vroeg: “Waar kom je vandaan?”, antwoordde ik: “Beil’n.” Klasgenootjes uit Hoogeveen spraken over het algemeen ABN, dus dat inslikken leerde ik snel af. Tegenwoordig horen mensen niet meer waar ik vandaan kom.

Mijn vader heeft zijn oorsprong nooit verloochend. Wel was hij wars van de armoede waarin hij vroeger geleefd heeft. Daarom gunde hij zichzelf een mooi pak, lekkere wijn en een goed glas whisky. Donderdag drink ik een glas mooie Schotse. Op zijn leven.