Instagram LinkedIn Tekstnet
 
 
Petra Davids 21 09 2010 blogs
 

Baie mooi

vrijdag 12 december 2014

In 2001 was de eerste kennismaking met dat baie mooie land. Toen was ik meteen verkocht: Kaapstad, Stellenbosch, Tulbagh, Springbok en het Namaqualand met de eindeloze velden oranje, gele en rode bloemen. Na de oversteek van de Oranjerivier was het gedaan met de namen die doorspekt waren van het Nederlands. In Namibië, dat ook een onuitwisbare indruk maakte, stonden namen als Lüderitz en Swakopmund op de verkeersborden. Uit de speakers van de radio klonken Duitse hoorspelen of jodelmuziek alsof je in Oostenrijk door de bergen reed. Niets was minder waar. Woestijnlandschap, verlaten wegen en wilde paarden die dieper het land in galoppeerden bij het zien van een auto.

Drostdy SwellendamMaar ik dwaal af. Zuid-Afrika. Wim en Nicolette wonen sinds afgelopen juli in Swellendam waar ze een B&B runnen. Dat werd mijn uitvalsbasis voor een dag of tien. Om de hoek van hun Babette B&B staat de Drostdy, het huis van de vroegere landvoogd. Het pand is nu een museum en bestaat uit een aantal gebouwen, allemaal in Kaaps-Hollandse stijl opgetrokken. Vanuit hier bestuurde de landdrost het gehele district. Wanneer je door het sober ingerichte hoofdgebouw loopt, bekruipt je het beklemmende Calvinistische leven dat zo typerend is voor het vroegere Nederland. Alles ademt dat uit. Desondanks genoot ik van de sporen die de Hollanders in dit dorpje achter hebben gelaten. Zo ver van huis en toch zulke duidelijke herinneringen aan de tijd dat dit deel van Afrika onder het bewind van de Oost-Indische Compagnie stond.

Om maar een open deur in te trappen: dat baie mooie land heeft ook een keerzijde. Toen Wim en ik op een regenachtige dag hun tuinman en hun hulp in de huishouding naar het aangrenzende Railton brachten, zagen we hoe deze mensen wonen. De naam ‘township’ gold nog niet voor het betere deel van Railton, maar des te dieper we het plaatsje inreden, des te duidelijker werd het contrast met het rijke Swellendam. Piepkleine woningen waar grote gezinnen leven of geïmproviseerde huisjes van golfplaten, planken en karton. Kinderen liepen er op blote voeten door de modder. Lachend overigens. De tuinman liet zien dat er een school in aanbouw was en dat er sanitaire voorzieningen werden aangelegd. Okay, dat was een stap in de goede richting. En dan heb ik het nog niet over de verborgen armoede onder de blanke bevolking. Een vertegenwoordiger van een kerkelijke organisatie kwam een nachtje slapen in het B&B. Zijn organisatie wierp zich op voor de armen die niet gekleurd zijn. Een probleem waar veel mensen niets van afweten.

Dat de politiek in 1990 de apartheid heeft afgeschaft betekent niet per definitie dat de mensen dat ook hebben gedaan. Rijke blanken en arme zwarten blijven een cliché. Op zaterdagochtend staat de armere bevolking rijen dik voor de geldautomaten om hun loon te incasseren. Mensen die vaak buiten het dorp werken en alleen in het weekend in Swellendam komen. Het is een zot gezicht. Tussen de rijen door slingert menig kleurling met teveel drank op. En het is nog ochtend. In Kaapstad zie ik meer armoede. Zwervers die complete maaltijden uit vuilnisbakken vissen en ’s avonds op straat in hoekjes tussen het karton kruipen en een deken over zich heen trekken. Welterusten.

Toch blijf ik houden van dit land. En begrijp ik dat mensen het verruilen voor Nederland. Ondanks de grote contrasten, het geweld, de vele woninginbraken en de armoede. Door de schitterende natuur en gastvrije mensen blijft het een rijk land.