Instagram LinkedIn Tekstnet
 
 
Petra Davids 21 09 2010 blogs
 

Wild enthousiast!

zondag 9 december 2012

Nadat we onze jassen af hebben gegeven bij de garderobe, worden we in de foyer van de stadsschouwburg in Utrecht ontvangen met een glas rode bubbels. Aan de ramen rechts van ons hangen amuselepels met het eerste hapje wild van die avond: paté van everzwijn. Sommigen happen het lekkers direct van de lepel, anderen pakken het met hun handen en likken hun vingers erbij af.

De 'hangende' amuseIk ben bij de thema-avond ‘wild’ die georganiseerd wordt door Food Centraal. Eind oktober was ik daar al, maar nu de eerste kerstkaarten op de deurmat vallen, denk ik weer terug aan die avond. Langzamerhand lopen we ons warm voor Kerst. Het hoofdgerecht tijdens het kerstdiner bestaat vaak uit vlees. En voor mij bij voorkeur wild. Daarbij koop ik ’t liefst biologisch vlees, waarbij de beesten een prettiger leven hebben gehad dan in de bio-industrie. En welke dieren hebben het beste leven? Juist, die in het wild lekker vrij rondlopen in het bos, over de velden en door de uiterwaarden.

Wild!Onze gastheer van die avond vertelt ons dat we hem na de amuse mogen volgen naar de grote zaal. En daar schrik ik. Het voelt alsof ik deelgenoot ben van een scène uit de film ‘The cook, the thief, his wife and her lover’. Op een lange tafel liggen allerlei soorten geschoten wild: hert, duiven, hazen, fazant, ganzen, eenden. Je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt er wel. Achter de tafel staat een man in een maagdelijk witte jas en een brede glimlach om z’n mond. Hij is duidelijk in z’n sas met al die dode dieren voor hem. Wat een jachttrofeeën! In een half uur tijd vertelt hij ons wat er zo mooi is aan jagen. En waarom hij móet jagen. Wild zorgt immers voor zoveel overlast. Ze eten onze doperwtjes en bonen van de akkers, ze bedreigen de verkeersveiligheid en er zijn al gauw ‘te veel’ van een bepaalde soort in ons dichtbevolkte landje. “Daar moeten we tegen optreden.” (lees: afschieten). Wat nou zo jammer was aan het verhaal (eigenlijk ervoer ik het als pure propaganda voor de jacht), was dat de man met geen woord repte over het mooie leven dat de meeste in het wild levende dieren hebben gehad. En dat juist dát een reden voor mensen is om een stukje wild op tafel te zetten.

Begrijp met niet verkeerd: ik ben dol op wild. En ik werd wild enthousiast van de thema-avond in de stadsschouwburg, want we kregen veel lekkers voorgeschoteld. Maar ik werd niet blij van het eenzijdige verhaal van de gepassioneerde jager, die naar mijn idee zoveel mogelijk excuses gebruikt om allerlei soorten wild af te schieten. En als je dan ook nog hoort dat bijvoorbeeld gans wel veel afgeschoten wordt, maar nauwelijks op het menu in restaurants staat, dan word ik daar nog minder blij van. Daar is overigens wel een reden voor.

Eind november zag ik het tv-programma De Wilde Keuken. Presentator Wouter Klootwijk ging met een jager op pad. Op ganzenjacht. “In het kader van schadebestrijding”, aldus de jager, “Ganzen eten het gras op dat voor de koeien bedoeld is. En ze schijten er ook nog bij. Een keer in de drie-en-een-halve minuut poepen die beesten. Het zijn lopende strontmachines.” Jagers krijgen jaarlijks een vastgesteld quotum van het aantal ganzen dat ze af mogen schieten. In de grote zaal van de stadsschouwburg hoorde ik waarom gans niet vaak in restaurants wordt geserveerd: je kunt niet goed zien hoe oud de beesten zijn. Daarom is er een aardige kans dat het een taai stukje vlees is in plaats van een mooi stukje malse ganzenfilet. Gelukkig wordt er in De Wilde Keuken wél mee gekookt. De jager hakt de stukjes filet tot shoarma. Een gerecht, dat hij met veel plezier maakt. En hij glimlacht, wanneer Wouter Klootwijk enthousiast zijn eerste hapje ganzenshoarma neemt en zegt: “Perfect. Niets meer aan doen.”

Bekijk de aflevering ‘De Plaag’ voor het complete verhaal.